De kleine natuurkundige, of Uitspanningen, die op natuur- en werktuigkunde gegrond zijn, benevens kunstjes met water, lucht en geluid, waaraan zijn toegevoegd bordspelen, goocheltoeren, onderhoudende bezigheden, vermakelijke rekenkunst, strikvragen, pandspelen, raadsels, aardige uitspraak, rijmpjes voor het aftellen, kniespelen en kinderliedjesPieter Beets D. Noothoven van Goor, 1869 - 130 pages |
Other editions - View all
Common terms and phrases
Antw appel balletjes beide beker bord bordpapier bordspelen brengen buikspreken buis daarbij daarmede daarop daartoe damspel dewijl dien dobbelsteenen doek doosje draad drie dubbeltje duim dunne eenige einde eindelijk elkander erwt flesch geldstuk gelijke gemakkelijk getal gezelschap glas glas met water goed groot grooter hand hebt hierbij behoorende figuur hoed hoek horloge houdt hout houtjes hunne ieder kaartenblad kleine kleuren knaap kogel koning koning schaak kunstje kunstjes kunt kurk kwik laat laatste ledig legt lijm linkerhand lucht luchtballon lycopodium maakt maken middelste midden moeielijk naald neemt noodig omhoog opening pand personen pion pofspel punt rechterhand ring schaakmat schaakspel schalmei schijf slaan slechts snijdt spel speler spoedig staan steen stijfsel stok stroohalm strook struisvogel stuk stukje papier stukjes tafel teekenen tegenpartij terwijl toeschouwers tooverstafje touw tusschen veld videl vierkant vijand vingers vlieger voorwerp wanneer wijze windmolen worp zakdoek zijde zoodat Zoodra zulk zult zwart


