Het boerenerf in Groningen, 1800-2000

Front Cover
Uitgeverij Van Gorcum, 2004 - Landscape gardening - 318 pages
1 Review
De geschiedenis van het boerenerf in de provincie Groningen van 1800 tot 2000.
 

What people are saying - Write a review

User Review - Flag as inappropriate

Tineke Scholtens, Het boerenerf in Groningen, 1800-2000. Groninger Historische Reeks 28 (Assen: Van Gorcum, 2004) 318 p. ISBN 90-232-4089-8. € 27,50.
Carla Oldenburger
Dit boek is niet het resultaat van een historische wetenschappelijke studie, maar de neerslag van een spontaan initiatief dat ruim tien jaar geleden werd opgevat door een groepje enthousiaste tuinliefhebbers die zich afvroegen of er nog iets overgebleven zou zijn van de typische boerentuinen in Nederland, en dan wel als onderdeel van het boerenerf. Om dit te onderzoeken werd de Nederlandse Werkgroep Boerenerven opgericht en ging Tineke Scholtens aan de slag als vrijwilliger in Groningen. Ook elders in het land gingen vrijwilligers er op uit om aan de hand van een vragenlijst boeren en boerinnen in het hele land te interviewen. Naast enkele originele historische documenten, kadasterkaarten en historische luchtfoto’s vormden vooral de schriftelijke registratie van de gesprekken, de door groepsleden vaak samen gemaakte tekeningen en later de ingevulde inventarisatieformulieren het hoofdbestanddeel van het bronnenmateriaal.
Voor een goed begrip wordt hier eerst de definitie van boerenerf en boerentuin gegeven die in het onderzoek is gebruikt. Onder boerenerf wordt verstaan een al of niet omheind of omgracht stuk grond met boerderij en bijbehorende gebouwen en onbebouwde ruimten, die samen een functionele eenheid vormen. De boerentuin is dat gedeelte van het erf waar nuts- en/of sierplanten gekweekt worden en waar de was wordt gebleekt.
De eerste helft van het boek bestaat uit hoofdstukken die steeds delen van het boerenerf bespreken, zoals de erfbegrenzing, de moestuin, de appelhof, de bleek, de siertuin, tuinsieraden en nieuwe ontwikkelingen of projecten die er op dit gebied lopen. De tweede helft van het boek bestaat uit 12 bijlagen, die de basisgegevens bevatten waarop de inhoudelijke hoofdstukken zijn gebaseerd. Die hoofdstukken zijn chronologisch ingedeeld (17de t/m 20ste eeuw) en worden vergeleken met de algemene tuinkunstgeschiedenis van Nederland. In het algemeen is dat een goed uitgangspunt alhoewel de verschillen tussen de Groningse boerentuin en die in andere provincies, niet ter sprake komen. Een voorbeeld hiervan is het verschijnsel van het bergje dat in iedere slingertuin te vinden is (was). Dat dit bergje met de bijbehorende waterpartij een heel kenmerkend karakteristiek Gronings verschijnsel van de slingertuin is, komt te weinig tot uiting. Zo kunnen we ons ook afvragen of er sprake is van een typische Groningse boerenerfbeplanting, indien we die vergelijken met dit soort beplantingen elders in Nederland. Dat wordt niet duidelijk, omdat in het algemeen de Groningse situatie wel uitvoerig behandeld wordt, maar een vergelijking met die in andere delen van Nederland achterwege blijft.
Opvallende wetenswaardigheden die uit dit onderzoek naar voren komen, zijn die uit bijvoorbeeld de uit ca. 1850 daterende plattegrond van de proeftuin bij de Maatschappij van Land- en Tuinbouw te Wehe. De daarop aangegeven moestuinen in golvende omlijstingen in plaats van in rechthoekige of vierkante perken, zijn niet nieuw (siertuinen en boomgaarden in golvende vakken zijn ook al in het Magazijn van Tuinsieraaden van G. van Laar uit 1802 te vinden), maar bewijzen wel dat moestuinen in deze vorm ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
Het vele werk dat in het verzamelen van alle gegevens en het schrijven van het hele boek is gestoken, is bewonderenswaardig. De auteur is er dan ook tien jaar mee bezig geweest. Juist daarom is het jammer dat niet alle gegevens optimaal zijn uitgewerkt. Zo missen we bijvoorbeeld op enkele (van anderen overgenomen) plattegronden een noordpijl en op de meeste een schaalaanduiding. Soms blijven situaties daardoor onduidelijk. Verder is het bijzonder interessant om te weten welke boom- en heestersoorten voorkwamen in 52 slingertuinen, maar is het niet ook interessant om te weten welke plantensoorten in alle 52 tuinen voorkomen, zodat we dan kunnen spreken van een typisch Gronings slingertuinen-sortiment? Of zou, als we dit waren
 

Contents

Woord vooraf
9
Inleiding
15
Erfbegrenzing en zoetwatervoorziening
21
De moestuin
31
De appelhof
43
De bleek
53
Tuinsieraden en kleine bouwsels
81
Nieuwe ontwikkelingen
99
Het pamflet
178
Checklist
181
Tabel van houtgewassen voor erfbeplanting
182
Werkenlijst van de familie Vroom
184
Bomenlijst van 52 slingertuinen
186
Heesterlijst van 52 slingertuinen
188
Ontwerpen van slingertuinen van G Vroom J Vroom sr L P Roodbaard E Kloosterhuis en H J Uildersma
190
Erftekeningen met slingertuinen
206

Besluit
141
Bijlagen
144
Geciteerde literatuur
151
Met dank aan
157
Register van aardrijkskundige namen
164
Ingezonden erftekeningen
166
Ontwerpen van boerderijtuinen in de Nieuwe Architectonische Stijl
238
Erftekeningen
248
Plantenlijst van siertuinen door de bewoners zelf vormgegeven
314
Verantwoording van de afbeeldingen
317
Groninger Historische Reeks
319
Copyright

Common terms and phrases

Bibliographic information