Page images
PDF
EPUB

tot aan den dood van saul. Wij zien met belangstelling het vervolg van dit werk te gemoet. Het worde door den geleerden met nut, door den beschaafden met oordeel des onderscheids gebruikt !

Stichting en troost; een Godsdienstig Leesboek voor be

schaafde Christenen. Naar het Hoogduitsch van K. M. KIRCHNER, Evang. Luth. Pred. te Frankfort a/m., door J. P. RIEDEL, Predikant te Eenrum. Te Groningen, bij R. J. Schierbeek, Jr. 1841. In gr. 8vo. .

XIV, 325 bl. f 2-90. Aan

an stichtelijke huisboeken hebben wij geen gebrek. Het vertaalde van EWALD en anderen, met het oorspronkelijke van VERWEY, CORSTIUS, en weder vele anderen, kan in die behoefte ruim en rijk voorzien. Omgewerkte, tot vertoogen ingekorle leerredenen, opwekkingen, aanleidingen, en wat niet al, waarvan het getal legio is, en dat waarlijk in zijne soort uilstekend mag genoemd worden, gelijk er dan ook onder is, hetwelk, blijkens herhaalde uitgaven, sterk gezocht was en blijft. Uit dit oogpunt alzoo schijnt de overzelling van een huisboek, gelijk dat, welks titel aan het hoofd dezer aankondiging staat, gcene noodige zaak te zijn; maar dat behoest in onzen tijd ook niet. Wanneer alleen noodzakelijke boeken in het licht kwamen, konden wij wel met één nommer Recensiën in een geheel jaar toekomen, en dan nog uitgewerkte beoordeeling van alles geven. Nuttig kan echter deze stichtelijke lectuur zijn; zij zal dit ook, zoo wij ons niet vergissen. Want , behalve den rijken inhoud, heeft het boek veel, waardoor het zich aanbeveelt. Daarloc rekenen wij inzonderheid, vooreerst, dat het zich door verstandige, overtuigende redenering meestal vrij houdt van dat over en over gemoedelijkc, waardoor vele schriften, die zich voor stichtelijke huisboeken uitgeven, niet kwalijk naar kommen watermelk gelijken; vervolgens, dat het geene bijzondere kerkgenootschappelijke vlag voert, maar de algemeene Christe

nen,

lijke waarheid in de liefde voorstaat; ook, dat het door eene gepaste afwisseling voor onderscheidene menschen en in onderscheidene omstandigheden kan nuttig zijn; en eindelijk, om niet meer le noemen, dat het den Goddelijken persoon van JEZUS CHRISTUS, den levenden Heer der gemeente, gepastelijk op den voorgrond plaatst, zijne leer niet verheffende ten koste van hetgeen Hij op aarde deed en nog doet in den hemel. Door dit laatste sluit het zich naauw aan eene beschouwingswijze van het Evangelie, die in den laatsten tijd ook bij ons meer heeft veld gewon

en die hier op nieuw blijkt, ook uit een praktikaal oogpunt, alles voor zich te hebben.

Bij deze algemeene kenschetsing van het boek voegen wij enkel nog eene korte opgaaf van den inhoud. Zoek eerst het koningrijk Gods - het aanbiddelijk Godsbestuur (namelijk, hoe God in de geschiedenis des menschdoms en van elken mensch zigtbaar is) de ware dankbaarheid jegens God (als kenbaar in de wijsheid, met welke wij Hem vreezen; in den eerbied, met welken wij Hem belijden; in de liefde, met welke wij Hem aanhangen, en in de trouw, met welke wij Hem gehoorzamen) CHRISTUS ons van God geworden tot wijsheid, tot regtvaardigheid, tot heiliging, en tot verlossing (waarin, gelijk ook in het volgende

CHRISTUS een voorbeeld in lijden en in sterven – het straks genoemde denkbeeld bijzonder op den voorgrond staat) — het avondmaal (in vier korte verloogen) de jeugdige leeftijd (eene ontwikkeling van, of eigenlijk soort van omgewerkte preek over 2 Tim. II: 22, gelijk over het geheel de vertoogen iels hebben, dat eene oorspronkelijke hoedanigheid van leerredenen verraadt) ouderenpligt de kunst , om altijd vrolijk te zijn - (waartoe als regelen worden aangeprezen: het geweten zuiver te houden; zich te wachten van den waan, dat men op aarde volkomen gelukkig kan zijn; den zin voor ware vreugde bij zich aan te kweeken; naar onpartijdige beschouwing van levensrampen te trachten: dit cen en ander wordt met opwekking besloten) het koningrijk der hemelen gelijk eene parel - de zelf

de vrije

zucht (in aard, werking en schadelijken invloed beschouwd) de ondank (op soortgelijke wijze. Wij hadden dit liever ondankbaarheid genoemd gezien, omdat het spraakgebruik aan het eerste woord de doorgaande beteekenis van het ondervinden van ondankbaarheid heeft gehecht. Men beloont met ondankbaarheid. Men wordt beloond met ondank. Zoo wordt het althans meest gebezigd) de hoofdtrekken van het beeld der liefde (vertrouwen, onvermoeide werkzaamheid, zelfverloochening , geduld, heilige moed) - de weg ten eeuwigen leven de lotgevallen der waarheid op aarde de pligt, om Godsdienst te bevorderen (als zijnde onze Godsdienst eene des lichts, der liefde, der kracht, en der verlroosting) het lot, miskend te worden als zich uitstrekkende over ons denken, gevoelen, gelooven en werken) en de knecht (een woord vooral over onze vrijheid in CHRISTUS) het leven eene bedevaart (de punten van vergelijking zijn: de aanvang met zeer ongelijke toerustingen, de voortgang op uiteenloopende wegen, het einde aan hetzelfde doel, bij verschillende reizigers) blijf met ons, want het is bij den avond (eigenlijk een overzigt over een inwendig menschenleven; een der minst heldere stukken van den bundel, gelijk reeds het gekozen opschrift duister is) de kunst, om de vreeze des doods te overwinnen de dood onder het beeld van den slaap (geen stilstand, maar rust der uitgeputte natuur, die met nieuwe kracht ontwaakt; einde van de zorgen en den strijd ; bedaring van den verwarden loop onzer gedachten, inbeeldingen en hartstogten ; kortstondige scheiding van geliefden, met welke het ontwaken hereenigt. Voorts, om gerust te gaan slapen, en om gerust te sterven, moet men op God vertrouwen en een goed gewelen bezitten) eindelijk, de waarschuwende stemmen der graven.

De vertaling is loffelijk, zoodat de stijl, die in het oorspronkelijke nog al beeldrijk schijnt te zijn, ook in de overzetting levendig en onderhoudend is.

Het zichzelven verdrukkend Sion in Nederland onder het oordeel Gods, beschouwd in eene klagte tegen het on

regtvaardig uitoefenen der kerkelijke tucht, en des. zelfs verwoestende gevolgen in de Christelijke afge

scheidene Gemeente te Amsterdam. Door A. VAN DEN BRINK, Lidmaat derzelve Gemeente. Te Amsterdam, bij B. J. Hoogkamer. 1842. In gr. 8vo. 95 bl. f :-60.

W ie lust heeft tot het lezen van de onzinnigste dweeperij, koope dit vlugschriftje, en wie nog niet vóór het bereiken der helft oververzadigd is, die verdient den lof des gedulds nevens Job. 'Iets ter proeve:

» De ouderling MIDDEL, zijne toestemming gegeven heb» bende, om den volgenden Donderdagavond zulks te doen » (iemand te bezoeken), zoo bepaalde de Heere hem Dings» dag, Woensdag en eindelijk des Donderdags morgens » met bijzondere kracht bij Ps. LVIII: 2.

» Toen ik nog een onnoozel kind was, leefde ik altijd » als onder het alziend oog; de Heere zag alles, en wist » alles.” [later niet ? ?] » Zoo was het dan, als ik eens op » zekeren avond te bed liggende, wenschende des morgens » vroeg op te staan, en niet wetende, hoe ik zou wakker » worden, dacht, ik zal het aan den Heere vragen, dat » die mij moge roepen , zoo als ik ook deed; en juist op » dien tijd, als ik gebeden had, werd ik tot tweemaal bij » mijn naam genoemd. Dit nu was ik geheel vergeten" » [hoe is 't mogelijk ?] en toen nu de Heere er mij bij be» paalde, was het mij, alsof ik nog op dat plaatsje lag, » toen de naam van AREND mij als door de ooren klonk, » en ik behoefde nu niet meer te vragen, of ik een geroe» pene was.” (De man had getwijfeld, of hij een geroepene was in den bij de vromen aangenomen zin, niet iemand, die, zoo als men zegt, gepord wordt.)

Wat is dat nu? domheid, dweeperij, of Godslastering? Het heeft veel van het laatste, en dat men zulke dwaasheden in de Gemcente der Afgescheidenen te Amsterdam te

keer gaat, bewijst, dat niet allen er zóó dwaas zijn, als de Heer AREND VAN DEN BRINK.

Natuurkundige Verhandeling van de Hollandsche Maat

schappij der Wetenschappen te Haarlem. Tweede Verzameling. Iste Deel. Te Haarlem, bij de Wed. A. Loosjes, Pz. 1841. In 4to. XXIV en 131 bl. en

18 Platen. f 6 - 50. Directeuren der Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen hebben besloten, de eerste verzameling der Natuurkundige Verhandelingen dier Maatschappij te doen cindigen met het 24ste deels 2de stuk, 't welk ons nog niet in handen gekomen is (het eerste stuk van dat deel zag in 1838 het licht). Met het voor ons liggende deel vangt dan cene nieuwe verzameling aan, in 4° formaal gedrukt, waarin de Verhandelingen doorgaande in het licht gegeven zullen worden in de taal, waarin zij geschreven zijn. Vroeger werden zij, gelijk bekend is, in het Nederduitsch vertaald. Wij twijfelen niet, of deze verandering zal bij de mecslc beoefenaars der wetenschappen bijval vinden: deze zullen toch liever het oorspronkelijk opstel van den Schrijver lezen, dan cene niet altijd getrouwe, somtijds gebrekkige en doorgaans stroeve vertaling. Ook het formaat is meer geschikt voor geschriften van dezen aard, die veelal met platen voorzien zijn.

Het eerste deel der nieuwe Verzameling, waarvan wij {hans een beknopt verslag geven, behelst twee slukken, beide van botanischen inhoud. De eerste is eene Prijsverhandeling van F. T. KÜTZING, over de verandering van lagere Algenvormen in hoogere , en ook in geslachten van verschillende familiën van hoogere cryptogamen van celachtige structuur. Tot deze Prijsverhandeling behooren al de bij dit deel gevoegde platen. De overgangen , waarover hier gehandeld wordt, zijn door onderscheidene waarnemers aangenomen, die zeer eenvoudige plantaardige vor

« PreviousContinue »